Welkom



Hier vindt u alle info over de kwaliteitsverklaring voor de Vlaamse passiefscholen: de handleiding bij de energieberekening, antwoorden op veelgestelde vragen en een link naar het sharepoint waarmee u projectdocumenten voor de kwaliteitsverklaring kan insturen en beheren.
In overeenstemming met het decreet van 7 december 2006 betreffende energieprestaties in scholen, en in toepassing van artikel 13bis. § 1 van de wet, kent de Vlaamse Regering infrastructuurmiddelen toe aan de geselecteerde inrichtende machten of schoolbesturen voor de pilootprojecten die voldoen aan de passiefhuisstandaard. Voor de passiefhuisstandaard dient men ten minste te voldoen aan de volgende criteria:

1. een netto energiebehoefte voor verwarming ≤ 15 kWh/m².jaar
2. een netto energiebehoefte voor koeling ≤ 15 kWh/m².jaar
3. een luchtdichtheid (n50-waarde) ≤ 0,6 h-1
4. een maximaal E-peil van E55


Het voldoen aan de criteria van de passiefhuisstandaard, zoals vermeld in artikel 13bis, § 1 van de wet, moet blijken uit een kwaliteitsverklaring die zal worden uitgereikt door een door AGIOn en het Gemeenschapsonderwijs aangeduide instelling. (Besluit van 7 November 2008 betreffende energieprestaties in scholen, art4 §1)


Het voldoen aan de hierboven vermelde kwaliteitscriteria is sterk afhankelijk van de gebruikte randvoorwaarden in de verschillende berekeningsmethodes (onder meer interne warmtewinsten, binnen- en buitentemperatuur,bezettingsgraad, ventilatiedebiet,...). De verschillende berekeningsmethodes zijn in eerste instantie ontwikkeld voor woon- en kantoorfuncties. Bij toepassing op schoolgebouwen stelt men vast dat deze randvoorwaarden niet altijd effectief kunnen ingesteld worden. Omdat de gebouw- en lokaaltypologie, het gebruik en de comforteisen heel verschillend kunnen zijn van school tot school is het aangewezen om voor deze brede waaier aan school- en lokaaltypologieën randvoorwaarden te ontwikkelen per type aangepast aan de specifieke karakteristieken (vb. verschillende interne warmtewinsten voor volwassenen- of kleuteronderwijs, klaslokaal versus praktijkatelier, ...). Om een brede erkenning van de kwaliteitsverklaring van de passiefscholen te garanderen en deze scholen op een correcte manier met elkaar te kunnen vergelijken, is het noodzakelijk een duidelijk referentiekader van randvoorwaarden tot stand te brengen. Een referentiekader met een maximale compatibiliteit met de internationaal gehanteerde berekeningsvoorwaarden. Dit kader, waarbinnen de scholen ontworpen, uitgevoerd en geëvalueerd worden, was niet bepaald.


AGIOn schreef een studieopdracht uit voor het ontwikkelen van een eenduidig referentiekader voor de passiefscholen en het vastleggen van de minimale randvoorwaarden per school- en/of lokaaltypologie. De studie is uitgevoerd onder leiding van KAHO St-Lieven in samenwerking met het Passiefhuis-Platform vzw, Katholieke Universiteit Leuven en de Vrije Universiteit Brussel en is op regelmatige basis teruggekoppeld naar een stuurgroep en een refelectiegroep. De studie van de randvoorwaarden is afgerond. Alle betrokkenen bij de 24 projecten kunnen hier de samenvatting van de randvoorwaarden, de handleiding bij de PHPP-tool scholen, het eindrapport en alle documenten terugvinden die tijdens de studie ter beschikking werden gesteld. Deze studie biedt het kader aan randvoorwaarden waarbinnen de kwaliteitsverklaring van de pilootprojecten zal gebeuren.

Sharepoint


Frequently Asked Questions



Hoe verloopt de procedure voor het indienen van het uitvoerings- en as built-dossier?



Passiefhuis-Platform vzw verbindt er zich toe alle aangeleverde informatie strikt vertrouwelijk te behandelen. Ze zal dan ook op geen enkele wijze deze informatie verspreiden zonder hiervoor goedkeuring te vragen aan de rechtmatige auteur.



Hoe worden gordijngevels correct ingegeven in de PHPP?


Net als de UW-waarde (window) bij gewone vensters, is de UCW-waarde (curtain wall) van weinig nut voor de berekening van gordijngevels in de PHPP. Deze waarde is immers berekend voor een gordijngeveldeel met standaardafmetingen - 1,2 op 2,5 m - en is in de eerste plaats bedoeld om producten te kunnen vergelijken. In de PHPP daarentegen wordt elk uniek element van de gordijngevel ingegeven met z'n eigen afmetingen en karakteristieken. De Uf-waarde bij gordijngevels is daarbij het gemiddelde van de Um-waarde (mullion = stijl) en Ut-waarde (transom = regel). De voorgedefineerde Uf-waardes voor gordijngevelproducten in het werkblad 'Venstertype' zijn vermeld zonder toeslag voor de bevestigingspunten (gezien die uit verschillende materialen kunnen bestaan). Betreft het roestvrije stalen schroeven, dan schrijft het PHI bij ontstentenis een toeslag van 0,3 W/m²K voor. Bij kunststof schroeven is dat 0,02 W/m²K.



Kan men er voor kiezen om het stooklokaal op te nemen in het beschermd volume?


Als de centrale verwarmingsketels in de stookplaats een nominaal vermogen hebben dat kleiner is dan 70 kW, dan is natuurlijke ventilatie van deze ruimte niet verplicht volgens NBN B61-002. De ketel kan dan opgesteld worden binnen het beschermd volume, zodat de netto vloeroppervlakte mee opgenomen wordt als referentie-oppervlakte. Tijdens de luchtdichtheidstest dient de deur van het stooklokaal dan ook open te staan. Uit veiligheidsoverwegingen kan men opteren voor de installatie van een gasdetector te voorzien die de gastoevoer afsluit bij het detecteren van een gaslek.


Indien het vermogen groter of gelijk is dan 70 kW is een natuurlijke ventilatie van de stookplaats verplicht. Deze opening mag in normale gebruikstoestand op geen enkele manier afgedicht worden. Ook tijdens de luchtdichtheidstest dient deze opening dus volledig vrij te blijven. Bijgevolg zal men in de meeste gevallen opteren om de stookruimte buiten het beschermd volume te houden, zoniet zal men moeilijk tot niet kunnen voldoen aan het vereiste luchtdichtheidsniveau. De hiermee verbonden consequenties zijn:


Download hier de pdf met de mogelijke luchtdichtheidstest-pistes



Waarom komt het werkelijke energieverbruik op mijn factuur niet overeen met de berekende netto energiebehoefte (≤ 15 kWh/m²jaar)?


Het verschil tussen beide cijfers kan relatief groot zijn en dit o.w.v. de volgende redenen:


Bovenstaande zaken verklaren meteen waarom het onmogelijk is om via energiefacturen of rudimentaire metingen aan te tonen dat men voldoet aan de passief bouwstandaard.



Welk bewijsmateriaal dient er te worden voorgelegd voor het aanvaarden van de rendementen van de ventilatiegroepen met WTW?


Download hier een overzicht van de aan te leveren bewijslast voor EPB-berekeningen en voor de specifieke PHPP-scholen-berekeningen.



Hoe moet men omgaan met warmteverliezen doorheen leidingen en schachten in PHPP?


1. De warmteverliezen via de ventilatiekanalen van ventilatiesystemen, aanwezig voor de hygiënische ventilatie, worden in rekening gebracht via de standaard rekenmethodiek in het PHPP-tabblad 'Ventilatie'.
2. Kanalen die natuurlijk geventileerd zijn (bijv. natuurlijk geventileerde leidingschachten) kunnen in rekening worden gebracht als een AOR. Bij de bepaling van de temperatuurreductiefactor "X" dient men dan uit te gegaan van een conventioneel ventilatievoud tussen de AOR en buiten dat overeenkomt met type 4 (Zie tabel 6 Transmissiereferentiedocument). Bij ontstentenis kan men de ruimte ook als buitenomgeving beschouwen, zodat er geen temperatuurreductiefactor berekend moet worden.
3. Rookgaskanalen dienen niet in rekening te worden gebracht voor zover ze een minimale, aantoonbare warmteweerstand hebben van 1m²K/W. Zoniet worden deze gewoon als natuurlijk ventilatiekanaal ingerekend (zie punt 2).
4. Regenwaterafvoeren worden ingerekend als verliesoppervlakte naar de buitenomgeving.



Welke spelregels gelden er met betrekking tot het in rekening brengen van koudebruggen?